<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title><![CDATA[Sonett-Forum - Maria Tesselschade]]></title>
		<link>https://sonett.fontane-place.de/</link>
		<description><![CDATA[Sonett-Forum - https://sonett.fontane-place.de]]></description>
		<pubDate>Sat, 27 Jun 2026 05:32:24 +0000</pubDate>
		<generator>MyBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[Cicilia aen den jaghtsuchtigen Silvius, vers uyt de modder gehaelt]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21434</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 17:49:14 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21434</guid>
			<description><![CDATA[Een mogelijk concrete aanleiding voor dit sonnet is niet bekend; evenmin kan worden vastgesteld wie met de personages Cicilia en Silvius worden bedoeld.<br />
<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Cicilia aen den jaghtsuchtigen Silvius, vers uyt de modder gehaelt</span><br />
<br />
<br />
Ghy koelen herders soon van 't sangerige choor, <br />
 <br />
Hoe komt gy soo verhit op jachtigh haese loopen,  <br />
 <br />
Op wonden, moorden, en onnosel vel te stroopen, <br />
 <br />
Ghy kont hier volgen naeuw, en by my gingt ghy voor. <br />
<br />
Eer netter tijt-verdrijf van looplust was uw spoor,  <br />
 <br />
Als ghy mijn hoeder waert om wisse maet te noopen;  <br />
 <br />
Daer ick uw weder in sal spooren, derf ick hoopen,  <br />
 <br />
Ick, die u tot de staet van Opper-priester koor:  <br />
<br />
Verruylt gy nu het ampt om sulcke slechte leuren,  <br />
 <br />
En laet sijn stemmigheydt van 't wilde wilt verscheuren, <br />
 <br />
Bejaeght, in plaets van jaght, niet als een slobrich lijf  <br />
<br />
Verwisselt met u kleedt dees slobberige sinnen;  <br />
 <br />
En wilt sulck wilt niet meer, maer tammer seden minnen <br />
 <br />
Van godlijck zang-gesught, dat eeuwigh tijdt-verdrijf.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Een mogelijk concrete aanleiding voor dit sonnet is niet bekend; evenmin kan worden vastgesteld wie met de personages Cicilia en Silvius worden bedoeld.<br />
<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Cicilia aen den jaghtsuchtigen Silvius, vers uyt de modder gehaelt</span><br />
<br />
<br />
Ghy koelen herders soon van 't sangerige choor, <br />
 <br />
Hoe komt gy soo verhit op jachtigh haese loopen,  <br />
 <br />
Op wonden, moorden, en onnosel vel te stroopen, <br />
 <br />
Ghy kont hier volgen naeuw, en by my gingt ghy voor. <br />
<br />
Eer netter tijt-verdrijf van looplust was uw spoor,  <br />
 <br />
Als ghy mijn hoeder waert om wisse maet te noopen;  <br />
 <br />
Daer ick uw weder in sal spooren, derf ick hoopen,  <br />
 <br />
Ick, die u tot de staet van Opper-priester koor:  <br />
<br />
Verruylt gy nu het ampt om sulcke slechte leuren,  <br />
 <br />
En laet sijn stemmigheydt van 't wilde wilt verscheuren, <br />
 <br />
Bejaeght, in plaets van jaght, niet als een slobrich lijf  <br />
<br />
Verwisselt met u kleedt dees slobberige sinnen;  <br />
 <br />
En wilt sulck wilt niet meer, maer tammer seden minnen <br />
 <br />
Van godlijck zang-gesught, dat eeuwigh tijdt-verdrijf.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aan den Poeët boetius van elslandt]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21433</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 17:47:46 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21433</guid>
			<description><![CDATA[Dit sonnet is waarschijnlijk een reactie op een niet teruggevonden gedicht van een zekere Boëtius van Elslandt op het overlijden van Caspar van Baerle/Barlaeus.<br />
<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">KLINCK-DICHT, <br />
Aan den Poeët boetius van elslandt</span><br />
<br />
<br />
Uw grijze jeucht heeft ons van jongs af iets belooft <br />
 <br />
Dat krachtiger zou zijn als doen was af te meeten, <br />
 <br />
Nu hebt gy 't geurig pit eergierig opgegeeten  <br />
 <br />
Van baerlen, en geniet den orber van dat Hooft.  <br />
<br />
Zijn klaarheit blinkt in u, z'en is niet uitgedooft, <br />
 <br />
Gelijk den Yver zeidt, zijn geest blinkt door de reeten <br />
 <br />
Van uw verstandig Dicht. Hy heeft hem wel gequeeten, <br />
 <br />
Na dat hy was van Hooft zijn vrindt en zin berooft, <br />
<br />
Zoo vrindtlijk was zijn aart, zoo trouw zijn vrindtlijkheden, <br />
 <br />
Dats' hem met zoet gewelt van hier verhuizen deeden. <br />
 <br />
Is hy verhoogt van plaats, wat dient'er dan geweent? <br />
<br />
Verbetert zijn geluk met oogen uit te weenen? <br />
 <br />
De wijsheit wil dat niet, het Amsterdams Athenen <br />
 <br />
Dat neem u voor hem aan, als zuyg'ling wel gespeent.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Dit sonnet is waarschijnlijk een reactie op een niet teruggevonden gedicht van een zekere Boëtius van Elslandt op het overlijden van Caspar van Baerle/Barlaeus.<br />
<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">KLINCK-DICHT, <br />
Aan den Poeët boetius van elslandt</span><br />
<br />
<br />
Uw grijze jeucht heeft ons van jongs af iets belooft <br />
 <br />
Dat krachtiger zou zijn als doen was af te meeten, <br />
 <br />
Nu hebt gy 't geurig pit eergierig opgegeeten  <br />
 <br />
Van baerlen, en geniet den orber van dat Hooft.  <br />
<br />
Zijn klaarheit blinkt in u, z'en is niet uitgedooft, <br />
 <br />
Gelijk den Yver zeidt, zijn geest blinkt door de reeten <br />
 <br />
Van uw verstandig Dicht. Hy heeft hem wel gequeeten, <br />
 <br />
Na dat hy was van Hooft zijn vrindt en zin berooft, <br />
<br />
Zoo vrindtlijk was zijn aart, zoo trouw zijn vrindtlijkheden, <br />
 <br />
Dats' hem met zoet gewelt van hier verhuizen deeden. <br />
 <br />
Is hy verhoogt van plaats, wat dient'er dan geweent? <br />
<br />
Verbetert zijn geluk met oogen uit te weenen? <br />
 <br />
De wijsheit wil dat niet, het Amsterdams Athenen <br />
 <br />
Dat neem u voor hem aan, als zuyg'ling wel gespeent.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aen mijn Heer Hooft]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21432</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 17:46:00 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21432</guid>
			<description><![CDATA[De dichter zendt de zieke P.C. Hooft dit sonnet mogelijk vergezeld van een tekst van Caspar Barlaeus en een tekst van Constantijn Huygens, waarin zij wordt aangevallen op haar geloofskeuze<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
Aen mijn Heer Hooft.<br />
<br />
 <br />
Dat bareleus pen, soo met mij om wou springen, <br />
 <br />
En praten revel-kal, gelijck ons vastaert doet,  <br />
 <br />
Misschien die kluchticheijt veranderde het bloet,  <br />
 <br />
'Twelck alle staticheijt niet machtich is te dwingen. <br />
<br />
Ick leedt om uwent wil; want voor de sieckelingen <br />
 <br />
En baet altijt geen teughs van wijsheijts gore goet. <br />
 <br />
Een soetelijcker Arst de kuur uijtwercken moet. <br />
 <br />
Moria meent hij most het heijlsaem deuntien singen. <br />
<br />
Men boert U af de plaegh; verlaetse u, mijn Heer, <br />
 <br />
Sij is gelijck de doot, ghij krijghtse nimmer weer. <br />
 <br />
Moed moet gehouden sijn, al was de quael noch grover <br />
<br />
Als vierdendaechse koorts, die schuijmt de swarte gal. <br />
 <br />
Denckt hoe gesontheijts feest die vierdach smaecken sal. <br />
 <br />
'Tgeen eens maer lydtbaer is, dat lyen komt men over.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[De dichter zendt de zieke P.C. Hooft dit sonnet mogelijk vergezeld van een tekst van Caspar Barlaeus en een tekst van Constantijn Huygens, waarin zij wordt aangevallen op haar geloofskeuze<br />
<br />
<br />
<br />
<br />
Aen mijn Heer Hooft.<br />
<br />
 <br />
Dat bareleus pen, soo met mij om wou springen, <br />
 <br />
En praten revel-kal, gelijck ons vastaert doet,  <br />
 <br />
Misschien die kluchticheijt veranderde het bloet,  <br />
 <br />
'Twelck alle staticheijt niet machtich is te dwingen. <br />
<br />
Ick leedt om uwent wil; want voor de sieckelingen <br />
 <br />
En baet altijt geen teughs van wijsheijts gore goet. <br />
 <br />
Een soetelijcker Arst de kuur uijtwercken moet. <br />
 <br />
Moria meent hij most het heijlsaem deuntien singen. <br />
<br />
Men boert U af de plaegh; verlaetse u, mijn Heer, <br />
 <br />
Sij is gelijck de doot, ghij krijghtse nimmer weer. <br />
 <br />
Moed moet gehouden sijn, al was de quael noch grover <br />
<br />
Als vierdendaechse koorts, die schuijmt de swarte gal. <br />
 <br />
Denckt hoe gesontheijts feest die vierdach smaecken sal. <br />
 <br />
'Tgeen eens maer lydtbaer is, dat lyen komt men over.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aen den Erenfeste hoogh geleerden Heere, Myn' Heere IOAN ALBERT BAN]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21431</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 13:44:50 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21431</guid>
			<description><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Aen den Erenfeste hoogh geleerden Heere, <br />
Myn' Heere IOAN ALBERT BAN, <br />
Der beiden Rechten Doctor, op zyne Zangwerken</span> <br />
 <br />
<br />
Als het vernuft begreep het zang'righ hoogh geschal <br />
 <br />
Van u gerymt geluydt, 't wierdt boven maght gedreven <br />
 <br />
T'omhelzen meerder kracht als 't lyff was kracht gegeven; <br />
 <br />
'T vertilden zigh aen 't geen de vlugge geest beval. <br />
<br />
En denkend' dat hier is te wachten in dit dal <br />
 <br />
Niet beters woud' de ziel ten hemel zigh begeven, <br />
 <br />
(Om met een zoeten mondt te scheiden uit dit leven)  <br />
 <br />
Waer nimmer slechter toon 't gehoor onthaelen zal. <br />
<br />
En oft nogh schoon geviel, dat yemandt zoght te streelen  <br />
 <br />
Het swaer ontroert gemoedt, om uw wys nae te quelen: <br />
 <br />
Ik stopte d'ooren toe gewent tot beter zoet. <br />
<br />
Ghy kunt den lichten geest van't lodzigh lichaem deelen,  <br />
 <br />
En weder door uw klank 't geschifte zamen heelen, <br />
 <br />
Onsterfelyke Ban die duyzend Echoos voedt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Aen den Erenfeste hoogh geleerden Heere, <br />
Myn' Heere IOAN ALBERT BAN, <br />
Der beiden Rechten Doctor, op zyne Zangwerken</span> <br />
 <br />
<br />
Als het vernuft begreep het zang'righ hoogh geschal <br />
 <br />
Van u gerymt geluydt, 't wierdt boven maght gedreven <br />
 <br />
T'omhelzen meerder kracht als 't lyff was kracht gegeven; <br />
 <br />
'T vertilden zigh aen 't geen de vlugge geest beval. <br />
<br />
En denkend' dat hier is te wachten in dit dal <br />
 <br />
Niet beters woud' de ziel ten hemel zigh begeven, <br />
 <br />
(Om met een zoeten mondt te scheiden uit dit leven)  <br />
 <br />
Waer nimmer slechter toon 't gehoor onthaelen zal. <br />
<br />
En oft nogh schoon geviel, dat yemandt zoght te streelen  <br />
 <br />
Het swaer ontroert gemoedt, om uw wys nae te quelen: <br />
 <br />
Ik stopte d'ooren toe gewent tot beter zoet. <br />
<br />
Ghy kunt den lichten geest van't lodzigh lichaem deelen,  <br />
 <br />
En weder door uw klank 't geschifte zamen heelen, <br />
 <br />
Onsterfelyke Ban die duyzend Echoos voedt.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aen me Juffrou Trajectina Ogle]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21430</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 13:42:30 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21430</guid>
			<description><![CDATA[Voor het album amicorum van haar vriendin Trajectina Johanna Ogle schreef Tesselschade Roemers het volgende sonnet. De overgeleverde versie is blijkens vers 3 nog onaf.<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Aen me Juffrou Trajectina Ogle</span> <br />
 <br />
<br />
<br />
Wat in de lotery Des luckx zyn oorspronck nam <br />
 <br />
Is u lucksalicheyt Door lot te beurt gevallen <br />
 <br />
Beneven 't vaeder huys omheynt met strydbre/vaste wallen <br />
 <br />
Van koene daeden by een Adel sonder schram <br />
<br />
Wat van u schoonheyt is en van u deughden vlam <br />
 <br />
En wysheyt op zyn tyt te boerten en te mallen <br />
 <br />
En kan myn noertse tong syn onkunt niet kallen <br />
 <br />
Wat vroommicheyt belanght dat is u rechte stam <br />
<br />
Hoe zeldsaem is deez deught by soo veel schildqartieren <br />
 <br />
Die met een stasy ry 't rechtschapen waepen cieren <br />
 <br />
Van Niet te roemen en dit is het eedel slot <br />
<br />
Dat den phoet weet met zyn veer te raecken <br />
 <br />
En met die zeldtsaemheyt een yder vroet sal maecken <br />
 <br />
Van al deez watjes is dit Niet het hoghste lott.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Voor het album amicorum van haar vriendin Trajectina Johanna Ogle schreef Tesselschade Roemers het volgende sonnet. De overgeleverde versie is blijkens vers 3 nog onaf.<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Aen me Juffrou Trajectina Ogle</span> <br />
 <br />
<br />
<br />
Wat in de lotery Des luckx zyn oorspronck nam <br />
 <br />
Is u lucksalicheyt Door lot te beurt gevallen <br />
 <br />
Beneven 't vaeder huys omheynt met strydbre/vaste wallen <br />
 <br />
Van koene daeden by een Adel sonder schram <br />
<br />
Wat van u schoonheyt is en van u deughden vlam <br />
 <br />
En wysheyt op zyn tyt te boerten en te mallen <br />
 <br />
En kan myn noertse tong syn onkunt niet kallen <br />
 <br />
Wat vroommicheyt belanght dat is u rechte stam <br />
<br />
Hoe zeldsaem is deez deught by soo veel schildqartieren <br />
 <br />
Die met een stasy ry 't rechtschapen waepen cieren <br />
 <br />
Van Niet te roemen en dit is het eedel slot <br />
<br />
Dat den phoet weet met zyn veer te raecken <br />
 <br />
En met die zeldtsaemheyt een yder vroet sal maecken <br />
 <br />
Van al deez watjes is dit Niet het hoghste lott.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Aen mijn Heer Hooft op het ooverlyden van MEVROUW VAN SULECOM.]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21429</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 13:40:20 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21429</guid>
			<description><![CDATA[Na het overlijden van Mevrouw van Sulecom, Susanna van Baerle (1599-1637), die gehuwd was met Constantijn Huygens, richtte de dichter dit sonnet tot P.C. Hooft met de vraag om het aan Huygens door te geven. Enkele jaren daarvoor had Tesselschade Roemers haar dochter Taddea en haar echtgenoot verloren.<br />
<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Aen mijn Heer Hooft op het ooverlyden <br />
van MEVROUW VAN SULECOM.</span><br />
 <br />
Die als een Baeck in zee van droefheidt wort gehouwen <br />
 <br />
Geknot van stam en tack, en echter leeven moet,  <br />
 <br />
Zeijnt uw dit swack behulp voor 't troosteloos gemoet, <br />
 <br />
Gedompelt in een meer Van Baerelijcke rouwen <br />
<br />
Zeght Vastaert dat hij moght pampieren raet vertrouwen <br />
 <br />
Zoo dinnerlycke smart zich schriftlyck uyten kon, <br />
 <br />
Hij staroogh in liefs glans als Aedlaer in de Son, <br />
 <br />
En stel sijn leed te boeck, zoo heeft hij 't niet t'onthouwen <br />
<br />
Pampier was 't waepentuijch waermee ick heb geweert <br />
 <br />
Te willen sterven, eer 't den Heemel had begeert, <br />
 <br />
Daer ooverwon ick mee, en deed mijn Vijand wycken, <br />
<br />
Zijn eijgen lesse leer hem matijghen zyn pijn <br />
 <br />
Want quelling op de maat en kan soo fel niet sijn <br />
 <br />
Besweer hem dat hij sing op maetsangh droevelijcken]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Na het overlijden van Mevrouw van Sulecom, Susanna van Baerle (1599-1637), die gehuwd was met Constantijn Huygens, richtte de dichter dit sonnet tot P.C. Hooft met de vraag om het aan Huygens door te geven. Enkele jaren daarvoor had Tesselschade Roemers haar dochter Taddea en haar echtgenoot verloren.<br />
<br />
<br />
<br />
<span style="font-weight: bold;" class="mycode_b">Aen mijn Heer Hooft op het ooverlyden <br />
van MEVROUW VAN SULECOM.</span><br />
 <br />
Die als een Baeck in zee van droefheidt wort gehouwen <br />
 <br />
Geknot van stam en tack, en echter leeven moet,  <br />
 <br />
Zeijnt uw dit swack behulp voor 't troosteloos gemoet, <br />
 <br />
Gedompelt in een meer Van Baerelijcke rouwen <br />
<br />
Zeght Vastaert dat hij moght pampieren raet vertrouwen <br />
 <br />
Zoo dinnerlycke smart zich schriftlyck uyten kon, <br />
 <br />
Hij staroogh in liefs glans als Aedlaer in de Son, <br />
 <br />
En stel sijn leed te boeck, zoo heeft hij 't niet t'onthouwen <br />
<br />
Pampier was 't waepentuijch waermee ick heb geweert <br />
 <br />
Te willen sterven, eer 't den Heemel had begeert, <br />
 <br />
Daer ooverwon ick mee, en deed mijn Vijand wycken, <br />
<br />
Zijn eijgen lesse leer hem matijghen zyn pijn <br />
 <br />
Want quelling op de maat en kan soo fel niet sijn <br />
 <br />
Besweer hem dat hij sing op maetsangh droevelijcken]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Ghelijck als Onder't Juck van sinne slavernijen]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21428</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 13:38:23 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21428</guid>
			<description><![CDATA[In 1634 stierf Allert Crombalgh, de echtgenoot van de dichter. Het sonnet is twee jaar daarna naar aanleiding van Hemelvaartsdag gedicht.<br />
<br />
<br />
<br />
Ghelijck als Onder't Juck van sinne slavernijen  <br />
 <br />
Doch ongheoorloft aenghenoemen Eyghen Last, <br />
 <br />
Hetgheen niet wel een blij Hoop Heemelhertie past <br />
 <br />
'Twelck van onhoulyck goet Qualyck is te vryen, <br />
<br />
'tIs onRecht seij de Geest gheruste vreucht te myen, <br />
 <br />
Maer 't Lichaem Riep O Neen, en doopten d'Overlast <br />
 <br />
Met Naem van suchte-Plicht tot het in Traenen Plast <br />
 <br />
Soo Most de vlughe Geest van 't Logghe Lichaem Lijen. <br />
<br />
Vandagh een stercker Geest dat van syn Aerde Licht <br />
 <br />
En overReed' het dus, en Eysten ander Plicht <br />
 <br />
Alst 't vruchteloose wrangh van Alherts smack verJaeren, <br />
<br />
Dees deed' dat ick de Sucht weerstribbich van my stiet <br />
 <br />
Gheluckich was hy diese teenemael verliet <br />
 <br />
En op soo Heijlgh'n dach mocht Salich HEEMELVAEREN]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[In 1634 stierf Allert Crombalgh, de echtgenoot van de dichter. Het sonnet is twee jaar daarna naar aanleiding van Hemelvaartsdag gedicht.<br />
<br />
<br />
<br />
Ghelijck als Onder't Juck van sinne slavernijen  <br />
 <br />
Doch ongheoorloft aenghenoemen Eyghen Last, <br />
 <br />
Hetgheen niet wel een blij Hoop Heemelhertie past <br />
 <br />
'Twelck van onhoulyck goet Qualyck is te vryen, <br />
<br />
'tIs onRecht seij de Geest gheruste vreucht te myen, <br />
 <br />
Maer 't Lichaem Riep O Neen, en doopten d'Overlast <br />
 <br />
Met Naem van suchte-Plicht tot het in Traenen Plast <br />
 <br />
Soo Most de vlughe Geest van 't Logghe Lichaem Lijen. <br />
<br />
Vandagh een stercker Geest dat van syn Aerde Licht <br />
 <br />
En overReed' het dus, en Eysten ander Plicht <br />
 <br />
Alst 't vruchteloose wrangh van Alherts smack verJaeren, <br />
<br />
Dees deed' dat ick de Sucht weerstribbich van my stiet <br />
 <br />
Gheluckich was hy diese teenemael verliet <br />
 <br />
En op soo Heijlgh'n dach mocht Salich HEEMELVAEREN]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Hoewel ick noijt en sooch pit wt der Leeuwen schoncken]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21427</link>
			<pubDate>Mon, 06 Aug 2012 09:34:31 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=21427</guid>
			<description><![CDATA[<span style="font-style: italic;" class="mycode_i">Een sonnet van P.C. Hooft gericht aan Constantijn Huygens inspireerde verschillende dichters tot het schrijven van sonnetten, alle met dezelfde rijmwoorden.</span><br />
<br />
<br />
Hoewel ick noijt en sooch pit wt der Leeuwen schoncken, <br />
 <br />
Soo voel ick evenwel mijn geesten werden rap,  <br />
 <br />
Gemoedicht door u Rijm, hun krachten stellen schrap <br />
 <br />
Om weer te krijgen 'tgeen in luijheijt was versoncken. <br />
<br />
U suijglinck als vermindt lagh overstallich droncken  <br />
 <br />
In weeldens vette schoot, En sooch het suchtich sap <br />
 <br />
Wt Coppers boesem daer de quickxe vrijerschap  <br />
 <br />
Wt blusten met hun vier als water uwe voncken. <br />
<br />
Noch hielt ghij d'overhant, dies stel jck u gedicht  <br />
 <br />
Veer boven helterij Ten oorloch affgericht.  <br />
 <br />
Die dwingen met gewelt, ghij met beleefde seeden. <br />
<br />
Minvaders alle beij van't luckich Nederlant <br />
 <br />
Al wat van voeten weet moet dansen nae u Trant, <br />
 <br />
En wel getroffen galm op sleutel van de Reeden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<span style="font-style: italic;" class="mycode_i">Een sonnet van P.C. Hooft gericht aan Constantijn Huygens inspireerde verschillende dichters tot het schrijven van sonnetten, alle met dezelfde rijmwoorden.</span><br />
<br />
<br />
Hoewel ick noijt en sooch pit wt der Leeuwen schoncken, <br />
 <br />
Soo voel ick evenwel mijn geesten werden rap,  <br />
 <br />
Gemoedicht door u Rijm, hun krachten stellen schrap <br />
 <br />
Om weer te krijgen 'tgeen in luijheijt was versoncken. <br />
<br />
U suijglinck als vermindt lagh overstallich droncken  <br />
 <br />
In weeldens vette schoot, En sooch het suchtich sap <br />
 <br />
Wt Coppers boesem daer de quickxe vrijerschap  <br />
 <br />
Wt blusten met hun vier als water uwe voncken. <br />
<br />
Noch hielt ghij d'overhant, dies stel jck u gedicht  <br />
 <br />
Veer boven helterij Ten oorloch affgericht.  <br />
 <br />
Die dwingen met gewelt, ghij met beleefde seeden. <br />
<br />
Minvaders alle beij van't luckich Nederlant <br />
 <br />
Al wat van voeten weet moet dansen nae u Trant, <br />
 <br />
En wel getroffen galm op sleutel van de Reeden.]]></content:encoded>
		</item>
	</channel>
</rss>