<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
	<channel>
		<title><![CDATA[Sonett-Forum - Verwey, Albert ]]></title>
		<link>https://sonett.fontane-place.de/</link>
		<description><![CDATA[Sonett-Forum - https://sonett.fontane-place.de]]></description>
		<pubDate>Fri, 26 Jun 2026 19:07:36 +0000</pubDate>
		<generator>MyBB</generator>
		<item>
			<title><![CDATA[VERNIETIGER TIJD]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20490</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 22:18:26 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20490</guid>
			<description><![CDATA[Vernietiger Tijd, ik worstel lijf aan lijf<br />
Met u die grof en zwaar en honderdledig<br />
Mij die mij machtloos als een kind verdedig<br />
Knelt in uw slangige armen sterk en stijf.<br />
Geen uitzicht ooit dat ik u van mij drijf.<br />
Gij gaaft, gij neemt; en zult aanstonds niet ledig<br />
Van bier gaan. Vrolijk dat ik u bevredig<br />
Fluistert ge nu alree: gij gaat, ik blijf.<br />
Maar als ik dood ben tikt een op uw schouder<br />
En zegt: Nu mij: ik ben hem: want zijn geest.<br />
En dan, misschien, wordt het gemoed u kouder.<br />
Want hij die is lijkt hem die is geweest<br />
Gelijk een broeder en een evenouder,<br />
En lacht: Na mij eenzelfde, in 't eeuwige feest.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Vernietiger Tijd, ik worstel lijf aan lijf<br />
Met u die grof en zwaar en honderdledig<br />
Mij die mij machtloos als een kind verdedig<br />
Knelt in uw slangige armen sterk en stijf.<br />
Geen uitzicht ooit dat ik u van mij drijf.<br />
Gij gaaft, gij neemt; en zult aanstonds niet ledig<br />
Van bier gaan. Vrolijk dat ik u bevredig<br />
Fluistert ge nu alree: gij gaat, ik blijf.<br />
Maar als ik dood ben tikt een op uw schouder<br />
En zegt: Nu mij: ik ben hem: want zijn geest.<br />
En dan, misschien, wordt het gemoed u kouder.<br />
Want hij die is lijkt hem die is geweest<br />
Gelijk een broeder en een evenouder,<br />
En lacht: Na mij eenzelfde, in 't eeuwige feest.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[MAAK U NIETS WIJS]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20489</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 22:17:46 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20489</guid>
			<description><![CDATA[Maak u niets wijs: de reuk van geurig kruid,<br />
Het sap van vruchten, al wat de ogen boeit<br />
En groot maakt van verbazing, wat de huid<br />
Zacht aanraakt of door vingertoppen gloeit<br />
Met finding: al 't zintuigelijk genot<br />
Is nog uw leven: geen verloop van tijd<br />
Maakte de langbeproefde zenuw bot<br />
Die fijner werd en door geen oefning slijt.<br />
Het scherpe denken, de koelbloedige daad,<br />
Al wat eerst traag ontstond, benam dit kind<br />
De vreugd van zijn bestaan niet en het laat<br />
Verganklijkheid niet toe dat zij haar tint.<br />
Als straks de Dood, die nadert, voor u staat<br />
Proeft ge de zoetheid van zijn nieuw gelaat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Maak u niets wijs: de reuk van geurig kruid,<br />
Het sap van vruchten, al wat de ogen boeit<br />
En groot maakt van verbazing, wat de huid<br />
Zacht aanraakt of door vingertoppen gloeit<br />
Met finding: al 't zintuigelijk genot<br />
Is nog uw leven: geen verloop van tijd<br />
Maakte de langbeproefde zenuw bot<br />
Die fijner werd en door geen oefning slijt.<br />
Het scherpe denken, de koelbloedige daad,<br />
Al wat eerst traag ontstond, benam dit kind<br />
De vreugd van zijn bestaan niet en het laat<br />
Verganklijkheid niet toe dat zij haar tint.<br />
Als straks de Dood, die nadert, voor u staat<br />
Proeft ge de zoetheid van zijn nieuw gelaat.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[AUGUST VON PLATEN]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20488</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 22:16:55 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20488</guid>
			<description><![CDATA[Hij die als jonker 't oorlogshandwerk leerde<br />
Maar in zijn hart op liefde en dichtkunst zon,<br />
Wat wonder dat de Broom die hij zich spon<br />
Geen tuchting van een vaste vorm ontbeerde.<br />
Hij die Haar oost en noord en zuid zich keerde<br />
En telkens nieuwe vorm van vers ontgon,<br />
Wat wonder dat de zwerflust hem verwon<br />
Tot hij de inheemse roem vergeefs begeerde.<br />
Tragische zwerver die zijn manlijk woord<br />
Zo zorgzaam bond aan kunstvolle patronen,<br />
Drukte Hij best die dubbele aandrang uit:<br />
De schone stroming van de voile tonen,<br />
De strenge vorm die hun verstromen stuit.<br />
Zijn loon de late roem, van oord tot oord.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Hij die als jonker 't oorlogshandwerk leerde<br />
Maar in zijn hart op liefde en dichtkunst zon,<br />
Wat wonder dat de Broom die hij zich spon<br />
Geen tuchting van een vaste vorm ontbeerde.<br />
Hij die Haar oost en noord en zuid zich keerde<br />
En telkens nieuwe vorm van vers ontgon,<br />
Wat wonder dat de zwerflust hem verwon<br />
Tot hij de inheemse roem vergeefs begeerde.<br />
Tragische zwerver die zijn manlijk woord<br />
Zo zorgzaam bond aan kunstvolle patronen,<br />
Drukte Hij best die dubbele aandrang uit:<br />
De schone stroming van de voile tonen,<br />
De strenge vorm die hun verstromen stuit.<br />
Zijn loon de late roem, van oord tot oord.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[EENZELVIGEN]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20487</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 22:16:07 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20487</guid>
			<description><![CDATA[Vol van kostlijke genietingen als bijen<br />
Zijn die dichters en zij bouwen rater<br />
Druipende van gulden honing: zoete baten<br />
Voor de minnaars van die lekkernijen.<br />
Maar zij vormen geen gelukkige maatschappijen<br />
Van vereende werkers: 't stuifmeel dat zij aten<br />
Krijgt de smack van hun eenzelvig en verlaten<br />
Leed, waarvan ze in honing zich bevrijen.<br />
Poezie van zoete ellende, waarlijk bitter<br />
In haar nasmaak, werd uit hen geboren, —<br />
Die wij toch beminnen en bewondren moeten.<br />
Smartelijke eenzelvigheid, verloren<br />
In de lust van 't vruchtloos zoeken en ontmoeten,<br />
Welk een droeve weelde kweekt ge in uw bezitter.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Vol van kostlijke genietingen als bijen<br />
Zijn die dichters en zij bouwen rater<br />
Druipende van gulden honing: zoete baten<br />
Voor de minnaars van die lekkernijen.<br />
Maar zij vormen geen gelukkige maatschappijen<br />
Van vereende werkers: 't stuifmeel dat zij aten<br />
Krijgt de smack van hun eenzelvig en verlaten<br />
Leed, waarvan ze in honing zich bevrijen.<br />
Poezie van zoete ellende, waarlijk bitter<br />
In haar nasmaak, werd uit hen geboren, —<br />
Die wij toch beminnen en bewondren moeten.<br />
Smartelijke eenzelvigheid, verloren<br />
In de lust van 't vruchtloos zoeken en ontmoeten,<br />
Welk een droeve weelde kweekt ge in uw bezitter.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Devotio Moderna]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20486</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:50:17 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20486</guid>
			<description><![CDATA[Verheven waren ook die stille vromen <br />
 <br />
Die bij hun arbeid aan getouw of boek, <br />
 <br />
Bij landwerk, of bij kranken op bezoek, <br />
 <br />
Trachtten hun Voorbeeld naderbij te komen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zij leerden daaglijks driften te betomen <br />
 <br />
En raagden 't stof uit iedre donkre hoek, <br />
 <br />
En nooit werd van hun lippen klacht of vloek <br />
 <br />
Om 't onvermijdelijke leed vernomen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar door die scholing groeide in hen de kracht <br />
 <br />
Om na het kleinste 't grootre te beginnen. <br />
 <br />
Hun nietige vonk werd aanstonds tot een vuur, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van huis naar huis, van stad naar stad gebracht. <br />
 <br />
Toen was 't geen kunst de Wereld te verwinnen <br />
 <br />
Die straalde als nieuw-geborene Natuur.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Verheven waren ook die stille vromen <br />
 <br />
Die bij hun arbeid aan getouw of boek, <br />
 <br />
Bij landwerk, of bij kranken op bezoek, <br />
 <br />
Trachtten hun Voorbeeld naderbij te komen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Zij leerden daaglijks driften te betomen <br />
 <br />
En raagden 't stof uit iedre donkre hoek, <br />
 <br />
En nooit werd van hun lippen klacht of vloek <br />
 <br />
Om 't onvermijdelijke leed vernomen. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Maar door die scholing groeide in hen de kracht <br />
 <br />
Om na het kleinste 't grootre te beginnen. <br />
 <br />
Hun nietige vonk werd aanstonds tot een vuur, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Van huis naar huis, van stad naar stad gebracht. <br />
 <br />
Toen was 't geen kunst de Wereld te verwinnen <br />
 <br />
Die straalde als nieuw-geborene Natuur.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[De Nieuwe Straat (14)]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20485</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:49:07 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20485</guid>
			<description><![CDATA[I<br />
 <br />
Het groenomrande slingerpad <br />
 Dat tussen duin en veld bewoog <br />
 Bekoorde niet alleen mijn oog <br />
 Maar was een rustig kader, dat <br />
  <br />
Mijn mijmering hield ingevat <br />
 Als ik mij naar het venster boog <br />
 Of buitenshuis, vol zoet betoog, <br />
 Het grint drukte of op zoden trad. <br />
  <br />
Maar nu er, rechtgelijnd en breed, <br />
 Een straat van klinkers zich verscherpt, <br />
 Nu is het of hun koude beet <br />
 Mijn zachte denken wreed omsnerpt. <br />
  <br />
Oog en gedachten keren in <br />
 Naar de eigen lijn voor de eigen zin. 	<br />
	<br />
	<br />
2<br />
 <br />
Zo is het met de wereld ook, <br />
 Die roekloos langs een rechte lijn, <br />
 Niet vragend naar het mijn en dijn, <br />
 Wàt prachtig rijpte of schoon ontlook, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De toekomst perst, als strook en strook <br />
 Van platte geestdrift, om een plein <br />
 Van domheid, eigenbaat en schijn, <br />
 Op schoonheid die zich bang verdook. <br />
 <br />
  Er komt een tijd dat weer het hart <br />
 Van uw rechtlijnigheid vermoeid, <br />
 De waarheid uit haar openwart <br />
 Dat iedre pool haar weerpool boeit. <br />
  <br />
Want in ons leeft, een stille spil, <br />
 Wie lijn niet, maar gestalte wil. 	<br />
<br />
3<br />
 <br />
Ik zit in stilte en vraag naar tijd <br />
 Noch tal en lach wat met uw ‘volk’. <br />
 De ontelbren zijn een natte wolk <br />
 Die straks de bliksem openrijt <br />
  <br />
Die ergens slaapt. Als wijd en zijd <br />
 Haar nacht hangt, spruit uit gindse kolk <br />
 Een vonk die als een lichte dolk <br />
 Het donkere gordijn doorsnijdt. <br />
  <br />
De wet die ik in woorden berg, <br />
 De dreiging die mijn hart behoedt, <br />
 De rust waar ik uw kracht mee terg, <br />
 Is roerloos in me. Onder mijn voet <br />
  <br />
Worstlen de volken. Zó zit ik <br />
 En wacht de onmijdbare ogenblik. 	<br />
<br />
	<br />
4<br />
 <br />
Ik ben niet als de dwaas die denkt <br />
 Dat de afgeschoten pijl haar vaart <br />
 Behoudt tot ze uit de sfeer van de aard <br />
 De verre ster vindt die haar wenkt. <br />
  <br />
De kracht die haar de schutter schenkt <br />
 Is met de weerstand zelf bezwaard <br />
 Die haar met omgekeerde baard <br />
 Doet dalen als haar richting zwenkt. <br />
  <br />
Mijn hand houdt in haar éne greep <br />
 De voortgang en de weerkeer vast, <br />
 Mijn oog aanschouwt geen rechte streep <br />
 Waar het geen ronde in ondertast, <br />
  <br />
Mijn hart vat in éenzelfde strik <br />
 De menswil en het lotsbeschik. 	<br />
	<br />
	<br />
5<br />
 <br />
Het is niet dat ik oud en zwak <br />
 Het sterk bedoelen nu misprijs. <br />
 Mijn wil werkt nog op de eendre wijs <br />
 Als toen mijn jeugd haar grenzen brak. <br />
  <br />
Ik spande al jong mijn spieren strak <br />
 Op zoek naar 't aardse paradijs, <br />
 En zijn nu ook mijn haren grijs <br />
 Mijn wil is de eendre en kreeg geen krak. <br />
  <br />
Maar toen als nu was mij de god <br />
 Die in ons werkt een wijs genoot. <br />
 Hij had door strijd van droom en lot <br />
 Door stille stoot en wederstoot <br />
  <br />
De waarheid van zijn dubbeldrift <br />
 Glimlachend in mijn hart gegrift. 	<br />
	<br />
	<br />
6<br />
 <br />
Gij zoekt uw volk, uw rijk, uw staat. <br />
 Wedijvrend zoeken neven u <br />
 Andren hetzelfde en elk is schuw <br />
 Van elk die zijn beding weerstaat. <br />
  <br />
Weer andren houden nieuw beraad <br />
 En zeggen dat de wereld nú <br />
 Verlangt dat volk aan volk zich huw <br />
 En geen haar recht te boven gaat. <br />
  <br />
En 't een is goed en 't andre goed, <br />
 Maar wie een volk zoekt, wereldloos, <br />
 Een wereld die geen volken voedt, <br />
 Beide bestaan een korte poos. <br />
  <br />
Tot volk naast volk zich wedervindt <br />
 In éen rijk dat hen samenbindt. 	<br />
	<br />
	<br />
7<br />
 <br />
Dwazen die in uw eigen land <br />
 Uw eigen mensen bant en moordt, <br />
 Die met de waanzin van uw woord <br />
 De lijnen van uw standen spant, <br />
  <br />
Dwazen die met uw dom verstand <br />
 De stemmen van de besten smoort <br />
 En meent dat adeldom behoort <br />
 Aan 't mengras dat ge niet verbant, <br />
  <br />
Gij zijt geen volk. Ge zijt een bent <br />
 Die volksdom noemt de domme groep <br />
 Die 't ware volksdom nog niet kent, <br />
 En stijft u in uw kwade roep. <br />
  <br />
Zaagt ge ooit, hoe star ge uw blik ook richt, <br />
 Twee helften tot éen heel verdicht? 	<br />
	<br />
	<br />
8<br />
 <br />
En andre dwazen, die gelooft <br />
 Dat een ontworteld volk, ontdaan <br />
 Van vroomheid die ge smaadt als waan, <br />
 Van rechten die ge hun ontrooft, <br />
  <br />
Van vrijheidswil, door u gedoofd, <br />
 Aan andre volken voor kan gaan. <br />
 Dwazen die meent dat uw vermaan <br />
 Gehoor vindt bij een denkend hoofd. <br />
 <br />
  Gij die niet als uw buur u scheidt <br />
 Van 't eigen volk in warse trant <br />
 Van avrechtse uitverkorenheid, <br />
 Maar met schoolmeesterlijk verstand <br />
   <br />
Zijn wezen in een web verstrikt <br />
 Dat toekomst heet, maar 't bloed verstikt... 	<br />
<br />
	<br />
9<br />
 <br />
Toch zal uw beider storm en dwang, <br />
 Duren ze ook niet, niet zonder baat <br />
 Verlopen langs de rechte straat <br />
 Van uw geestdriftige gevang. <br />
  <br />
Storm voort, strijd voort, ik zie eerlang <br />
 Na wat nu scheidt een beter staat, <br />
 Een bond waarin gij ondergaat <br />
 En opleeft met verhoogde drang. <br />
  <br />
Het is omdat ik zeker zie <br />
 Dat dit schoon droombeeld meer zal zijn <br />
 Dan vulsel voor mijn poëzie <br />
 Dat ik zelfs in uw rechte lijn <br />
  <br />
Iets schoons zie en mij onderschik <br />
 Aan 't waanbeeld van uw ogenblik. 	<br />
	<br />
	<br />
10<br />
 <br />
De Meidoorn bloeit, de Mei begon. <br />
 Nu is het meest beminde feest. <br />
 Het is er jaar aan jaar geweest, <br />
 Het feest van de arbeid. Wie 't verzon <br />
  <br />
Schonk 't beste wat hij schenken kon <br />
 En wie het viert viert allermeest <br />
 De dode schenker en zijn geest, <br />
 Ook wie, zo 't heet, hem overwon. <br />
  <br />
Hem overwon! Hij steelt zijn Dag <br />
 En dwingt tot vieren en beveelt <br />
 Dat elk de Dief prijst en zijn vlag <br />
 En niet de Gever en zijn beeld. <br />
 <br />
  Wat nood! Nu 't Feest steeds verder dringt <br />
 Kent elk de naam waar 't hart van zingt. 	<br />
	<br />
	<br />
11<br />
 <br />
Treur daarom niet, al gaat ge als slaaf <br />
 Vernederd in een valse stoet <br />
 En nart met nagemaakte groet <br />
 Uzelf en elk om huis en haaf, <br />
  <br />
Om werk en brood. Het hart blijft braaf <br />
 Zo 't weet wat rust in 't diepst gemoed: <br />
 Wie zijn geloof verliest misdoet, <br />
 Is 't heden voos, de droom zij gaaf. <br />
  <br />
De droom is niet een vreemde luim <br />
 Die voor de werklijkheid verbleekt, <br />
 Hij is de weg door groter ruim <br />
 Dan 't heden met zijn hoorn bespreekt. <br />
  <br />
Hij is geen waan, hij is geen gril, <br />
 Geen jaarwil, maar een eeuwenwil. 	<br />
	<br />
	<br />
12<br />
 <br />
Door de eeuwen gaat de bochtige weg, <br />
 Nu op, dan neer. Wij zien zijn loop <br />
 In vogelvlucht en onze hoop <br />
 Vliegt voor en klein schijnt iedre heg <br />
  <br />
En machtloos klinkt het luid gezeg <br />
 En krachtloos blijkt het hard genoop, <br />
 Doelloos 't geschacher en gekoop, <br />
 Doelloos de kracht van 't lang beleg. <br />
  <br />
Want zie, gij waart in 't dal, maar daar <br />
 Breidt zich de vlakte heerlijk uit. <br />
 De volte ontwart, het doel wordt klaar, <br />
 Geen wand meer die u in zich sluit. <br />
  <br />
Het oog dat sloot in stervenssnik <br />
 Gaat open met een zoete schrik. 	<br />
	<br />
	<br />
13<br />
 <br />
Wat heb ik anders dan mijn droom, <br />
 Wat anders dan mijn zekerheid. <br />
 Hij ligt altijd in 't hart bereid, <br />
 Hij is altijd gelijk een stroom <br />
  <br />
Die schepen draagt, waar stad en boom <br />
 In spieglen en die zich verwijdt <br />
 Diep, dieper als de oneindigheid, - <br />
 Waarin ik zink en toch niet schroom. <br />
  <br />
Want weet, mijn stroom, ik ben uzelf, <br />
 De wereld is uw evenbeeld. <br />
 Omlaag, omhoog eindloos gewelf <br />
 Waardoor uw rustige golving speelt. <br />
 <br />
  Mijn droom is 't leven, uit en in, <br />
 Bezielde geest en zichtbre zin. 	<br />
	<br />
	<br />
14<br />
 <br />
Nu keer ik tot mijn straat van steen <br />
 En alle straten, rechtgestrekt <br />
 Door land en geest, zwaar afgedekt <br />
 Opdat geen grasspriet er doorheen <br />
  <br />
Zijn leven met de lucht vereen. <br />
 Rechtlijnige straten die u rekt <br />
 Van hoek tot hoek, - ach nochtans trekt <br />
 U de oude bocht - die zie 'k alleen. <br />
  <br />
Er is geen rechte lijn: de bocht, <br />
 De golf is in haar en verzelt <br />
 Haar starre vaart op iedre tocht <br />
 En in haar hart bewaart ze 't veld. <br />
  <br />
Ik ben - zegt ze - oorsprong en begin, <br />
 Die alle straten overwin.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[I<br />
 <br />
Het groenomrande slingerpad <br />
 Dat tussen duin en veld bewoog <br />
 Bekoorde niet alleen mijn oog <br />
 Maar was een rustig kader, dat <br />
  <br />
Mijn mijmering hield ingevat <br />
 Als ik mij naar het venster boog <br />
 Of buitenshuis, vol zoet betoog, <br />
 Het grint drukte of op zoden trad. <br />
  <br />
Maar nu er, rechtgelijnd en breed, <br />
 Een straat van klinkers zich verscherpt, <br />
 Nu is het of hun koude beet <br />
 Mijn zachte denken wreed omsnerpt. <br />
  <br />
Oog en gedachten keren in <br />
 Naar de eigen lijn voor de eigen zin. 	<br />
	<br />
	<br />
2<br />
 <br />
Zo is het met de wereld ook, <br />
 Die roekloos langs een rechte lijn, <br />
 Niet vragend naar het mijn en dijn, <br />
 Wàt prachtig rijpte of schoon ontlook, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
De toekomst perst, als strook en strook <br />
 Van platte geestdrift, om een plein <br />
 Van domheid, eigenbaat en schijn, <br />
 Op schoonheid die zich bang verdook. <br />
 <br />
  Er komt een tijd dat weer het hart <br />
 Van uw rechtlijnigheid vermoeid, <br />
 De waarheid uit haar openwart <br />
 Dat iedre pool haar weerpool boeit. <br />
  <br />
Want in ons leeft, een stille spil, <br />
 Wie lijn niet, maar gestalte wil. 	<br />
<br />
3<br />
 <br />
Ik zit in stilte en vraag naar tijd <br />
 Noch tal en lach wat met uw ‘volk’. <br />
 De ontelbren zijn een natte wolk <br />
 Die straks de bliksem openrijt <br />
  <br />
Die ergens slaapt. Als wijd en zijd <br />
 Haar nacht hangt, spruit uit gindse kolk <br />
 Een vonk die als een lichte dolk <br />
 Het donkere gordijn doorsnijdt. <br />
  <br />
De wet die ik in woorden berg, <br />
 De dreiging die mijn hart behoedt, <br />
 De rust waar ik uw kracht mee terg, <br />
 Is roerloos in me. Onder mijn voet <br />
  <br />
Worstlen de volken. Zó zit ik <br />
 En wacht de onmijdbare ogenblik. 	<br />
<br />
	<br />
4<br />
 <br />
Ik ben niet als de dwaas die denkt <br />
 Dat de afgeschoten pijl haar vaart <br />
 Behoudt tot ze uit de sfeer van de aard <br />
 De verre ster vindt die haar wenkt. <br />
  <br />
De kracht die haar de schutter schenkt <br />
 Is met de weerstand zelf bezwaard <br />
 Die haar met omgekeerde baard <br />
 Doet dalen als haar richting zwenkt. <br />
  <br />
Mijn hand houdt in haar éne greep <br />
 De voortgang en de weerkeer vast, <br />
 Mijn oog aanschouwt geen rechte streep <br />
 Waar het geen ronde in ondertast, <br />
  <br />
Mijn hart vat in éenzelfde strik <br />
 De menswil en het lotsbeschik. 	<br />
	<br />
	<br />
5<br />
 <br />
Het is niet dat ik oud en zwak <br />
 Het sterk bedoelen nu misprijs. <br />
 Mijn wil werkt nog op de eendre wijs <br />
 Als toen mijn jeugd haar grenzen brak. <br />
  <br />
Ik spande al jong mijn spieren strak <br />
 Op zoek naar 't aardse paradijs, <br />
 En zijn nu ook mijn haren grijs <br />
 Mijn wil is de eendre en kreeg geen krak. <br />
  <br />
Maar toen als nu was mij de god <br />
 Die in ons werkt een wijs genoot. <br />
 Hij had door strijd van droom en lot <br />
 Door stille stoot en wederstoot <br />
  <br />
De waarheid van zijn dubbeldrift <br />
 Glimlachend in mijn hart gegrift. 	<br />
	<br />
	<br />
6<br />
 <br />
Gij zoekt uw volk, uw rijk, uw staat. <br />
 Wedijvrend zoeken neven u <br />
 Andren hetzelfde en elk is schuw <br />
 Van elk die zijn beding weerstaat. <br />
  <br />
Weer andren houden nieuw beraad <br />
 En zeggen dat de wereld nú <br />
 Verlangt dat volk aan volk zich huw <br />
 En geen haar recht te boven gaat. <br />
  <br />
En 't een is goed en 't andre goed, <br />
 Maar wie een volk zoekt, wereldloos, <br />
 Een wereld die geen volken voedt, <br />
 Beide bestaan een korte poos. <br />
  <br />
Tot volk naast volk zich wedervindt <br />
 In éen rijk dat hen samenbindt. 	<br />
	<br />
	<br />
7<br />
 <br />
Dwazen die in uw eigen land <br />
 Uw eigen mensen bant en moordt, <br />
 Die met de waanzin van uw woord <br />
 De lijnen van uw standen spant, <br />
  <br />
Dwazen die met uw dom verstand <br />
 De stemmen van de besten smoort <br />
 En meent dat adeldom behoort <br />
 Aan 't mengras dat ge niet verbant, <br />
  <br />
Gij zijt geen volk. Ge zijt een bent <br />
 Die volksdom noemt de domme groep <br />
 Die 't ware volksdom nog niet kent, <br />
 En stijft u in uw kwade roep. <br />
  <br />
Zaagt ge ooit, hoe star ge uw blik ook richt, <br />
 Twee helften tot éen heel verdicht? 	<br />
	<br />
	<br />
8<br />
 <br />
En andre dwazen, die gelooft <br />
 Dat een ontworteld volk, ontdaan <br />
 Van vroomheid die ge smaadt als waan, <br />
 Van rechten die ge hun ontrooft, <br />
  <br />
Van vrijheidswil, door u gedoofd, <br />
 Aan andre volken voor kan gaan. <br />
 Dwazen die meent dat uw vermaan <br />
 Gehoor vindt bij een denkend hoofd. <br />
 <br />
  Gij die niet als uw buur u scheidt <br />
 Van 't eigen volk in warse trant <br />
 Van avrechtse uitverkorenheid, <br />
 Maar met schoolmeesterlijk verstand <br />
   <br />
Zijn wezen in een web verstrikt <br />
 Dat toekomst heet, maar 't bloed verstikt... 	<br />
<br />
	<br />
9<br />
 <br />
Toch zal uw beider storm en dwang, <br />
 Duren ze ook niet, niet zonder baat <br />
 Verlopen langs de rechte straat <br />
 Van uw geestdriftige gevang. <br />
  <br />
Storm voort, strijd voort, ik zie eerlang <br />
 Na wat nu scheidt een beter staat, <br />
 Een bond waarin gij ondergaat <br />
 En opleeft met verhoogde drang. <br />
  <br />
Het is omdat ik zeker zie <br />
 Dat dit schoon droombeeld meer zal zijn <br />
 Dan vulsel voor mijn poëzie <br />
 Dat ik zelfs in uw rechte lijn <br />
  <br />
Iets schoons zie en mij onderschik <br />
 Aan 't waanbeeld van uw ogenblik. 	<br />
	<br />
	<br />
10<br />
 <br />
De Meidoorn bloeit, de Mei begon. <br />
 Nu is het meest beminde feest. <br />
 Het is er jaar aan jaar geweest, <br />
 Het feest van de arbeid. Wie 't verzon <br />
  <br />
Schonk 't beste wat hij schenken kon <br />
 En wie het viert viert allermeest <br />
 De dode schenker en zijn geest, <br />
 Ook wie, zo 't heet, hem overwon. <br />
  <br />
Hem overwon! Hij steelt zijn Dag <br />
 En dwingt tot vieren en beveelt <br />
 Dat elk de Dief prijst en zijn vlag <br />
 En niet de Gever en zijn beeld. <br />
 <br />
  Wat nood! Nu 't Feest steeds verder dringt <br />
 Kent elk de naam waar 't hart van zingt. 	<br />
	<br />
	<br />
11<br />
 <br />
Treur daarom niet, al gaat ge als slaaf <br />
 Vernederd in een valse stoet <br />
 En nart met nagemaakte groet <br />
 Uzelf en elk om huis en haaf, <br />
  <br />
Om werk en brood. Het hart blijft braaf <br />
 Zo 't weet wat rust in 't diepst gemoed: <br />
 Wie zijn geloof verliest misdoet, <br />
 Is 't heden voos, de droom zij gaaf. <br />
  <br />
De droom is niet een vreemde luim <br />
 Die voor de werklijkheid verbleekt, <br />
 Hij is de weg door groter ruim <br />
 Dan 't heden met zijn hoorn bespreekt. <br />
  <br />
Hij is geen waan, hij is geen gril, <br />
 Geen jaarwil, maar een eeuwenwil. 	<br />
	<br />
	<br />
12<br />
 <br />
Door de eeuwen gaat de bochtige weg, <br />
 Nu op, dan neer. Wij zien zijn loop <br />
 In vogelvlucht en onze hoop <br />
 Vliegt voor en klein schijnt iedre heg <br />
  <br />
En machtloos klinkt het luid gezeg <br />
 En krachtloos blijkt het hard genoop, <br />
 Doelloos 't geschacher en gekoop, <br />
 Doelloos de kracht van 't lang beleg. <br />
  <br />
Want zie, gij waart in 't dal, maar daar <br />
 Breidt zich de vlakte heerlijk uit. <br />
 De volte ontwart, het doel wordt klaar, <br />
 Geen wand meer die u in zich sluit. <br />
  <br />
Het oog dat sloot in stervenssnik <br />
 Gaat open met een zoete schrik. 	<br />
	<br />
	<br />
13<br />
 <br />
Wat heb ik anders dan mijn droom, <br />
 Wat anders dan mijn zekerheid. <br />
 Hij ligt altijd in 't hart bereid, <br />
 Hij is altijd gelijk een stroom <br />
  <br />
Die schepen draagt, waar stad en boom <br />
 In spieglen en die zich verwijdt <br />
 Diep, dieper als de oneindigheid, - <br />
 Waarin ik zink en toch niet schroom. <br />
  <br />
Want weet, mijn stroom, ik ben uzelf, <br />
 De wereld is uw evenbeeld. <br />
 Omlaag, omhoog eindloos gewelf <br />
 Waardoor uw rustige golving speelt. <br />
 <br />
  Mijn droom is 't leven, uit en in, <br />
 Bezielde geest en zichtbre zin. 	<br />
	<br />
	<br />
14<br />
 <br />
Nu keer ik tot mijn straat van steen <br />
 En alle straten, rechtgestrekt <br />
 Door land en geest, zwaar afgedekt <br />
 Opdat geen grasspriet er doorheen <br />
  <br />
Zijn leven met de lucht vereen. <br />
 Rechtlijnige straten die u rekt <br />
 Van hoek tot hoek, - ach nochtans trekt <br />
 U de oude bocht - die zie 'k alleen. <br />
  <br />
Er is geen rechte lijn: de bocht, <br />
 De golf is in haar en verzelt <br />
 Haar starre vaart op iedre tocht <br />
 En in haar hart bewaart ze 't veld. <br />
  <br />
Ik ben - zegt ze - oorsprong en begin, <br />
 Die alle straten overwin.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[Ik in mijn Jeugd]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20484</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:41:40 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20484</guid>
			<description><![CDATA[Ik, in mijn jeugd, sprak als de grootsten spraken, <br />
 <br />
En vormde mijn gedragen naar hun wet. <br />
 <br />
Toen hielp mij Keats het schone vers te maken, <br />
 <br />
 Shelley de strofe en Shakespeare het sonnet. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ik wilde kunstnaar, dichter, minnaar wezen <br />
 <br />
Als zij en kende als knaap geen schoner droom. <br />
 <br />
En werd ik boven mijn verdienst geprezen, <br />
 <br />
Ik boog, ik knielde in stilte, en wist mij vroom. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan schreide ik om mijn Zelf, mijn Hart der Harten, <br />
 <br />
En vroeg de God-in-mij Zijn eigen spraak. <br />
 <br />
Hij lachte en zei: wie zal de Goden tarten! <br />
 <br />
Uw eigen spraak, maar eerst uw eigen taak! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toen heeft hij mij mijn eenge taak gegeven: <br />
 <br />
De dienaar zijn en zegger van het Leven.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Ik, in mijn jeugd, sprak als de grootsten spraken, <br />
 <br />
En vormde mijn gedragen naar hun wet. <br />
 <br />
Toen hielp mij Keats het schone vers te maken, <br />
 <br />
 Shelley de strofe en Shakespeare het sonnet. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Ik wilde kunstnaar, dichter, minnaar wezen <br />
 <br />
Als zij en kende als knaap geen schoner droom. <br />
 <br />
En werd ik boven mijn verdienst geprezen, <br />
 <br />
Ik boog, ik knielde in stilte, en wist mij vroom. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan schreide ik om mijn Zelf, mijn Hart der Harten, <br />
 <br />
En vroeg de God-in-mij Zijn eigen spraak. <br />
 <br />
Hij lachte en zei: wie zal de Goden tarten! <br />
 <br />
Uw eigen spraak, maar eerst uw eigen taak! <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toen heeft hij mij mijn eenge taak gegeven: <br />
 <br />
De dienaar zijn en zegger van het Leven.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[De Bliksem]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20483</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:40:53 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20483</guid>
			<description><![CDATA[Een loden lucht met in haar kolk het branden <br />
 <br />
Van gele zwavel schoof van 't oosten op. <br />
 <br />
De zware val van regendrop na drop <br />
 <br />
Stoorde tenauwernô de vale landen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Terwijl een scherp licht de verlaten stranden <br />
 <br />
Van 't westen schuw bescheen. Een enkle top <br />
 <br />
Rees boven 't noordelijke duinenslop <br />
 <br />
En zag de dag in scheemringen verzanden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toen schoot de bliksem uit en helde kloven <br />
 <br />
En velden op in zigzaggende vaart, <br />
 <br />
Zodat de duisternissen wild verschoven; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En lang en luid kwam 't romlen van de donder <br />
 <br />
Hem na. Daar aanstonds 't onweer was bedaard, <br />
 <br />
Stroomde de regen neer, boven en onder.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Een loden lucht met in haar kolk het branden <br />
 <br />
Van gele zwavel schoof van 't oosten op. <br />
 <br />
De zware val van regendrop na drop <br />
 <br />
Stoorde tenauwernô de vale landen, <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Terwijl een scherp licht de verlaten stranden <br />
 <br />
Van 't westen schuw bescheen. Een enkle top <br />
 <br />
Rees boven 't noordelijke duinenslop <br />
 <br />
En zag de dag in scheemringen verzanden. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Toen schoot de bliksem uit en helde kloven <br />
 <br />
En velden op in zigzaggende vaart, <br />
 <br />
Zodat de duisternissen wild verschoven; <br />
 <br />
  <br />
 <br />
En lang en luid kwam 't romlen van de donder <br />
 <br />
Hem na. Daar aanstonds 't onweer was bedaard, <br />
 <br />
Stroomde de regen neer, boven en onder.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[De Droom van Aart van der Leeuw]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20482</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:39:48 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20482</guid>
			<description><![CDATA[Wanneer de hemel vol wordt van gezang <br />
 <br />
En 't lied op lied het lied te boven stijgen, <br />
 <br />
Dan zullen alle laagre liedren zwijgen <br />
 <br />
En is een eind aan onze donkre drang. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan plaagt ons langer niet het wreed verlang, <br />
 <br />
Dat naar een eindloosheid ons hart deed hijgen, <br />
 <br />
Omdat wij hoopten eindlijk te verkrijgen <br />
 <br />
Een kracht en vrede zonder overgang. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Gedroomd verblijf waar zielen zielen vinden <br />
 <br />
En niets verganklijks langer aan ons kleeft, <br />
 <br />
Hoe kostbaar zijt ge schoon ge niet bestaat. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het is toch zo dat daar we ons moeizaam winden <br />
 <br />
Door 't vele schone dat nochtans vergaat, <br />
 <br />
De droom verschijnt als dat wat waarlijk leeft.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Wanneer de hemel vol wordt van gezang <br />
 <br />
En 't lied op lied het lied te boven stijgen, <br />
 <br />
Dan zullen alle laagre liedren zwijgen <br />
 <br />
En is een eind aan onze donkre drang. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Dan plaagt ons langer niet het wreed verlang, <br />
 <br />
Dat naar een eindloosheid ons hart deed hijgen, <br />
 <br />
Omdat wij hoopten eindlijk te verkrijgen <br />
 <br />
Een kracht en vrede zonder overgang. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Gedroomd verblijf waar zielen zielen vinden <br />
 <br />
En niets verganklijks langer aan ons kleeft, <br />
 <br />
Hoe kostbaar zijt ge schoon ge niet bestaat. <br />
 <br />
  <br />
 <br />
Het is toch zo dat daar we ons moeizaam winden <br />
 <br />
Door 't vele schone dat nochtans vergaat, <br />
 <br />
De droom verschijnt als dat wat waarlijk leeft.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[HET VERBORGEN VERBOND (3)]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20481</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:37:55 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20481</guid>
			<description><![CDATA[I<br />
<br />
DE WERELD<br />
<br />
Bloemen en wolken, voile pleinen,<br />
Het groen van de aarde en licht van oogen<br />
Hebben mij altijd diep bewogen<br />
En nooit zal ik hun roem verkleinen.<br />
Maar't ruimtloos rijk dat zij omheinen,<br />
Mijn droomrijk, hield mij opgetogen:<br />
Daar volgde ik, daar werd niets tot logen,<br />
Daar zag ik stof tot vorm verreinen.<br />
Dan, toen ik enkel nog aandachtig<br />
Voor 't eigen innerlijk, mij waande<br />
Aan niets dan aan mijzelf gebonden,<br />
Heb ik diepst in me uw beeld gevonden,<br />
o Wereld, en ik wist me eendrachtig<br />
Met u van eeuwigheid bestaande.<br />
<br />
<br />
II<br />
<br />
DE VERFOEIDEN<br />
<br />
Eens zat ik in mijzelf verslonden<br />
Aan't innerlijk gezicht geboeid:<br />
De wereld die mij had vermoeid<br />
Bewoog niet tot die diepste gronden.<br />
Toen zag ik hen die zijwaarts stonden:<br />
Gelaten die ik had verfoeid,<br />
Door doom omrankt, door bloed besproeid<br />
Dat druppelde uit gehate wonden.<br />
Zal ik die wonden gaan verbinden<br />
En met mij n hand hun lij f beroeren<br />
En helpen wie ik niet verstond? -<br />
Ik lag de doeken al to ontwinden,<br />
Ik droeg hun lichaam op mij n schoeren,<br />
Ik wiesch ze en kuste ze op de mond.<br />
<br />
<br />
III<br />
<br />
DE STORM<br />
<br />
Toen kwam opeens de storm bij nacht:<br />
Een achtergrond van bloedig rood<br />
Waarlangs een Witte bliksem schoot;<br />
De heuvien golf den en een klacht,<br />
Een kreunen werd daar voortgebracht,<br />
Alsof voor de eerste maal ontsloot<br />
De weg naar een verborgen schoot<br />
En nu begon de zware dracht.<br />
En in een diep en donke y dal<br />
Waar angst was en bevrediging<br />
Dronk ik de nacht die traag verging,<br />
En toen de zon omsluierd glom<br />
Was alles anders en de kom<br />
Van 't land vreemd als een nieuw heelal.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[I<br />
<br />
DE WERELD<br />
<br />
Bloemen en wolken, voile pleinen,<br />
Het groen van de aarde en licht van oogen<br />
Hebben mij altijd diep bewogen<br />
En nooit zal ik hun roem verkleinen.<br />
Maar't ruimtloos rijk dat zij omheinen,<br />
Mijn droomrijk, hield mij opgetogen:<br />
Daar volgde ik, daar werd niets tot logen,<br />
Daar zag ik stof tot vorm verreinen.<br />
Dan, toen ik enkel nog aandachtig<br />
Voor 't eigen innerlijk, mij waande<br />
Aan niets dan aan mijzelf gebonden,<br />
Heb ik diepst in me uw beeld gevonden,<br />
o Wereld, en ik wist me eendrachtig<br />
Met u van eeuwigheid bestaande.<br />
<br />
<br />
II<br />
<br />
DE VERFOEIDEN<br />
<br />
Eens zat ik in mijzelf verslonden<br />
Aan't innerlijk gezicht geboeid:<br />
De wereld die mij had vermoeid<br />
Bewoog niet tot die diepste gronden.<br />
Toen zag ik hen die zijwaarts stonden:<br />
Gelaten die ik had verfoeid,<br />
Door doom omrankt, door bloed besproeid<br />
Dat druppelde uit gehate wonden.<br />
Zal ik die wonden gaan verbinden<br />
En met mij n hand hun lij f beroeren<br />
En helpen wie ik niet verstond? -<br />
Ik lag de doeken al to ontwinden,<br />
Ik droeg hun lichaam op mij n schoeren,<br />
Ik wiesch ze en kuste ze op de mond.<br />
<br />
<br />
III<br />
<br />
DE STORM<br />
<br />
Toen kwam opeens de storm bij nacht:<br />
Een achtergrond van bloedig rood<br />
Waarlangs een Witte bliksem schoot;<br />
De heuvien golf den en een klacht,<br />
Een kreunen werd daar voortgebracht,<br />
Alsof voor de eerste maal ontsloot<br />
De weg naar een verborgen schoot<br />
En nu begon de zware dracht.<br />
En in een diep en donke y dal<br />
Waar angst was en bevrediging<br />
Dronk ik de nacht die traag verging,<br />
En toen de zon omsluierd glom<br />
Was alles anders en de kom<br />
Van 't land vreemd als een nieuw heelal.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[DE LAST VAN HET LEED]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20480</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:34:09 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20480</guid>
			<description><![CDATA[Wat is het Teed een zware last.<br />
Ik droeg het eenmaal diep gebukt.<br />
Toen heb ik me aan zijn wicht ontrukt,<br />
Over mijn eigen kracht verrast.<br />
Daarna is het mij niet gelukt.<br />
Ik heb mijn loopen aangepast<br />
Aan dragen, en Bing kalm en vast,<br />
Maar't lastig Teed hield mij gejukt.<br />
En nu, alsof het van mij Bleed,<br />
Sta ik opnieuw zoo stank en recht.<br />
Een drager is in mij geboren.<br />
HI) zegt : Ik ben voortaan uw knecht,<br />
1VIijn voeten loopen licht in 't koren,<br />
En welk een lichte last, dit leed.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Wat is het Teed een zware last.<br />
Ik droeg het eenmaal diep gebukt.<br />
Toen heb ik me aan zijn wicht ontrukt,<br />
Over mijn eigen kracht verrast.<br />
Daarna is het mij niet gelukt.<br />
Ik heb mijn loopen aangepast<br />
Aan dragen, en Bing kalm en vast,<br />
Maar't lastig Teed hield mij gejukt.<br />
En nu, alsof het van mij Bleed,<br />
Sta ik opnieuw zoo stank en recht.<br />
Een drager is in mij geboren.<br />
HI) zegt : Ik ben voortaan uw knecht,<br />
1VIijn voeten loopen licht in 't koren,<br />
En welk een lichte last, dit leed.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[OM ZIJNENTWIL]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20479</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:32:04 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20479</guid>
			<description><![CDATA[Twee goden, meent gij, heerschen in ons leven:<br />
De donkre, die de stomme driften drijft,<br />
De heldre, die in woord en werken schrijft<br />
De kunst en kunde die de menschen weven.<br />
Die zweeft in 't bloed, deze is opgeheven<br />
Als eedler geest, en in het brein belijfd.<br />
Nooit zijn die bei in vrede: elks weerstand stijft<br />
Den andre en Been van twee die 't op wil geven....<br />
Gij noemt hen goden, die maar dienaars zijn.<br />
De god is elders, die door u ook werkt.<br />
Als hij zijn rijk door bloed of brein versterkt<br />
Duld dan om zijnentwil genot of pijn.<br />
Eën woord maar blijve uw lippen opgeprest:<br />
Hoe diene ik Zijne onsterflijkheid het best?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Twee goden, meent gij, heerschen in ons leven:<br />
De donkre, die de stomme driften drijft,<br />
De heldre, die in woord en werken schrijft<br />
De kunst en kunde die de menschen weven.<br />
Die zweeft in 't bloed, deze is opgeheven<br />
Als eedler geest, en in het brein belijfd.<br />
Nooit zijn die bei in vrede: elks weerstand stijft<br />
Den andre en Been van twee die 't op wil geven....<br />
Gij noemt hen goden, die maar dienaars zijn.<br />
De god is elders, die door u ook werkt.<br />
Als hij zijn rijk door bloed of brein versterkt<br />
Duld dan om zijnentwil genot of pijn.<br />
Eën woord maar blijve uw lippen opgeprest:<br />
Hoe diene ik Zijne onsterflijkheid het best?]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[HET MISDRIJF]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20478</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:20:53 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20478</guid>
			<description><![CDATA[Gij zijt mijn Heer, mijn Vader en mijn Vriend.<br />
Als ik misdreef dan deed ik het door u.<br />
Ik die misdreef, die van mijzelven gruw,<br />
Ik heb misdrijvend u alleen gediend.<br />
Ik die misdreef en die, uw straffen ziend,<br />
Staan zal gelijk uw zoon, niet blind, niet schuw,<br />
Straf mij en duld dat ik als eenmaal, nu<br />
Voor u zal staan, wel bevend, niet ontvliend.<br />
Ik hief mijn Beeld zoo hoog dat gij alleen<br />
Eraan kunt raken. Brijzel, 't is uw recht.<br />
Of duld dat ik, uw kind, het recht en slecht<br />
U overgeef, hoewel verspeeld, toch gaaf.<br />
Ik buk het hoofd: ik ben uw knecht, uw slaaf.<br />
Gij zult het nooit, nooit in het stof vertreen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Gij zijt mijn Heer, mijn Vader en mijn Vriend.<br />
Als ik misdreef dan deed ik het door u.<br />
Ik die misdreef, die van mijzelven gruw,<br />
Ik heb misdrijvend u alleen gediend.<br />
Ik die misdreef en die, uw straffen ziend,<br />
Staan zal gelijk uw zoon, niet blind, niet schuw,<br />
Straf mij en duld dat ik als eenmaal, nu<br />
Voor u zal staan, wel bevend, niet ontvliend.<br />
Ik hief mijn Beeld zoo hoog dat gij alleen<br />
Eraan kunt raken. Brijzel, 't is uw recht.<br />
Of duld dat ik, uw kind, het recht en slecht<br />
U overgeef, hoewel verspeeld, toch gaaf.<br />
Ik buk het hoofd: ik ben uw knecht, uw slaaf.<br />
Gij zult het nooit, nooit in het stof vertreen.]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[HET SPIEGELBEELD]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20477</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:20:25 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20477</guid>
			<description><![CDATA[Ik wendde me om als om mijzelf te zien.<br />
De spiegel kaatste me in een ander glas:<br />
Ik zag het stil en wist dat ik die was<br />
En op mijn lippen beeft een vaag „misschien" . .<br />
Ik zag mijzelf : ik mag aan andre lien<br />
Niet toonen wat ik weet: ik treed een pas<br />
Terzijde en wend mij dan een oogwenk ras<br />
Terug. Wee mij ! wat baat het nu te vlien.<br />
Want opgericht alp aanstonds sta ik daar.<br />
De spiegel houdt op donkren grond mijn beeld.<br />
Kome wie komt: het staat daar angstig-klaar.<br />
Is dit uw glas, dat mij mijzelf ontsteelt,<br />
En gij onthult mij nooit dit groot gevaar,<br />
Duldt dat ik, kind, heb met uw gaaf gespeeld?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Ik wendde me om als om mijzelf te zien.<br />
De spiegel kaatste me in een ander glas:<br />
Ik zag het stil en wist dat ik die was<br />
En op mijn lippen beeft een vaag „misschien" . .<br />
Ik zag mijzelf : ik mag aan andre lien<br />
Niet toonen wat ik weet: ik treed een pas<br />
Terzijde en wend mij dan een oogwenk ras<br />
Terug. Wee mij ! wat baat het nu te vlien.<br />
Want opgericht alp aanstonds sta ik daar.<br />
De spiegel houdt op donkren grond mijn beeld.<br />
Kome wie komt: het staat daar angstig-klaar.<br />
Is dit uw glas, dat mij mijzelf ontsteelt,<br />
En gij onthult mij nooit dit groot gevaar,<br />
Duldt dat ik, kind, heb met uw gaaf gespeeld?]]></content:encoded>
		</item>
		<item>
			<title><![CDATA[SINT JORIS EN DE DRAAK]]></title>
			<link>https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20476</link>
			<pubDate>Sat, 28 Jul 2012 21:19:45 +0200</pubDate>
			<dc:creator><![CDATA[<a href="https://sonett.fontane-place.de/member.php?action=profile&uid=1">ZaunköniG</a>]]></dc:creator>
			<guid isPermaLink="false">https://sonett.fontane-place.de/showthread.php?tid=20476</guid>
			<description><![CDATA[Ik zag u eens, mijn koning, toen de muur<br />
Spleet en in de enge cel, nu maatloos groot,<br />
Stondt gij Wien diadeem om 't voorhoofd sloot<br />
En beide uw oogen waren sproeiend vuur.<br />
En met uw lans troft gij den draak, 't onguur<br />
Gedrocht, karbonkel-oogig: door dien stoot<br />
Sprong 't bloed zwart-rood en spoot omhoog en vloot<br />
Gelijk een stroom en daar ik staar en tuur<br />
Windt hij door groene weiden en de stad<br />
Rijst aan zijn boord en schepen wieglen er<br />
Vol schat en yolk naar de ondergaande zon.<br />
Ik zat als op een heuvel en ik kon<br />
Den schemer zien die oprees, vaag en ver -<br />
En 't was alsof ik in uw schaduw zat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Ik zag u eens, mijn koning, toen de muur<br />
Spleet en in de enge cel, nu maatloos groot,<br />
Stondt gij Wien diadeem om 't voorhoofd sloot<br />
En beide uw oogen waren sproeiend vuur.<br />
En met uw lans troft gij den draak, 't onguur<br />
Gedrocht, karbonkel-oogig: door dien stoot<br />
Sprong 't bloed zwart-rood en spoot omhoog en vloot<br />
Gelijk een stroom en daar ik staar en tuur<br />
Windt hij door groene weiden en de stad<br />
Rijst aan zijn boord en schepen wieglen er<br />
Vol schat en yolk naar de ondergaande zon.<br />
Ik zat als op een heuvel en ik kon<br />
Den schemer zien die oprees, vaag en ver -<br />
En 't was alsof ik in uw schaduw zat.]]></content:encoded>
		</item>
	</channel>
</rss>